Kwek...tuut...kwaak Achteruit Info Eendeëi Eendologie-on-line 2CV-links Beurs:'Ducklink'

. .[1]De Oerstatuten


STATUTEN EN HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Vereniging De Alternatieve Garage "'t Eendeëi",
Opgericht te Rotterdam, 23 september 1976,
Secretariaat: Postbus 2210, 3000 CE  ROTTERDAM

STATUTEN

Naam en zetel

Artikel 1

De vereniging draagt de naam: 
VERENIGING DE ALTERNATIEVE GARAGE "'t EENDE-EI" en is gevestigd te Rotterdam.

Doel

Artikel 2 (doel)

De Vereniging heeft ten doel de instandhouding van auto's van het merk Citroën deux chevaux (2CV)
en daarvan afgeleide typen, met een aandrijving door een tweecilinder boxer motor met een 
cilinderinhoud van minder dan 603 cc, gebouwd op het onderstel van hetzelfde type als dat
van de 2CV, hierna aan te duiden als Citroën A-typen.

Artikel 3 (middelen)

De vereniging streeft dit doel na door:
a.	het instandhouden van één of meer niet-commerciële onderhouds- en reparatiewerkplaatsen waar
        de leden eigenhandig onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan hun Citroën A-type kunnen
        verrichten;
b.	het bevorderen van het hergebruik van oude onderdelen van Citroën A-typen;
c.	het geven van cursussen over de Citroën A-typen;
d.	het verrichten van studie naar alternatieve energiebronnen voor auto's;
e.	het uitgeven van een verenigingsblad;
f.	het bevorderen van de onderlinge communicatie en samenwerking tussen de leden;
g.	het verrichten, stimuleren en coördineren van overige activiteiten welke tot het doel van de
        vereniging kunnen bijdragen.


Leden, ereleden, gezinsleden, donateurs en begunstigers

Artikel 4 (leden)

1.	Leden van de vereniging kunnen zijn zij, die aan de volgende voorwaarden voldoen:
a.	de achttienjarige leeftijd bereikt hebben;
b.	eigenaar zijn van een Citroën A-type;
c.	in het bezit zijn van een geldig rijbewijs.
2.	Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden.
3.	Bij niet-toelating tot lid kan de algemene ledenvergadering alsnog tot toelating besluiten.

Artikel 5 (gezinsleden)

1.	Gezinsleden van de vereniging kunnen zijn zij, die huisgenoot zijn van een lid.
2.	Onder huisgenoot wordt verstaan echtgeno(o)t(e), samenwo(o)n(st)er en bloedverwant in de 1e
        graad.
3.	Gezinsleden genieten een bij het huishoudelijk reglement te bepalen korting op de jaarlijkse
        contributie.
4.	Voor het overige beschikken gezinsleden over gelijke rechten en verplichtingen als leden.

Artikel 6 (ereleden)

1.	Tot ereleden kunnen benoemd worden zij, die zich jegens de vereniging bijzonder verdienstelijk
         hebben gemaakt.
2.	Benoeming tot erelid geschiedt door de algemene ledenvergadering.
3.	Ereleden zijn vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van contributie.

Artikel 7 (donateurs)

1.	Donateurs zijn zij, die door een jaarlijkse geldelijke bijdrage het doel van de vereniging wensen
        te ondersteunen. De minimale jaarlijkse bijdrage wordt door het bestuur vastgesteld.
2.	Het bestuur beslist omtrent de toelating van donateurs.
3.	Donateurs ontvangen het verenigingsblad.

Artikel 8 (begunstigers)

1.	Begunstigers zijn zij, die door een bijdrage het doel van de vereniging wensen te ondersteunen.

Artikel 9 (einde lid-, gezinslid- en erelidmaatschap)

1.	Het lidmaatschap, gezinslidmaatschap en erelidmaatschap eindigt:
a.	door opzegging door het lid;
b.	door opzegging namens de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden
        aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn
        verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, als ook wanneer redelijkerwijs van de 
        vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
c.	door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten,
        reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt;
d.	door overlijden van het lid.
2.	Zowel opzegging namens de vereniging als ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
        Het lid wordt ten spoedigste schriftelijk met opgave van redenen van het besluit tot opzegging of
        ontzetting in kennis gesteld.
3.	Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen
        het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van een maand. Het
        lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid 
        redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
4.	Een opzegging, in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het
        vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
5.	Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen
        van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
6.	Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs
        van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit
        tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de
        kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene ledenvergadering. Hij wordt daartoe ten
        spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de
        beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
7.	Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de
        jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

Artikel 10 (contributie)

1.	De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse contributie, die door de algemene
        ledenvergadering zal worden vastgesteld.
2.	De algemene ledenvergadering kan voor bijzondere categorieën leden een afwijkende contributie
        vaststellen.
3.	Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de 
        verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

Algemene ledenvergadering

Artikel 11 (bevoegdheden, jaarvergadering, bijeenroepen a.l.v.)

1.	Aan de algemene ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de
        wet of statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2.	Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering
        - de jaarvergadering - gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a.	het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 21 met het verslag van de
        kascommissie;
b.	de benoeming van de in artikel 21 genoemde kascommissie voor het volgende verenigingsjaar;
c.	voorziening in eventuele vacatures;
d.	verslagen van de commissies;
e.	voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
3.	Andere algemene ledenvergaderingen worden gehouden zo dikwijls als het bestuur dit wenselijk oordeelt.
4.	Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste tien leden verplicht tot het bijeenroepen
        van een algemene ledenvergadering op een termijn van niet langer dan één maand.
 Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg gegeven wordt, kunnen de verzoekers zelf tot
 die bijeenroeping overgaan overeenkomstig artikel 11 of bij advertentie in tenminste één ter plaatse
 waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad.



Artikel 12 (oproeping tot a.l.v.)

1.	Algemene ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt
        schriftelijk aan de adressen van de leden. De termijn voor oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.
2.	Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 22.

Artikel 13 (toegang tot en stemrecht op a.l.v.)

1.	Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben alle leden van de vereniging, donateurs en het
        bestuurslid dat geen lid van de vereniging is. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste
        bestuursleden
2.	Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist het bestuur.
3.	In afwijking van lid 1 hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden wel toegang tot de
        algemene ledenvergadering gedurende de behandeling van het agendapunt waarbij hun schorsing
        behandeld wordt.
4.	Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem.
5.	Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid laten uitbrengen. Een lid
        mag naast zijn eigen stem slechts twee stemmen bij volmacht uitbrengen.
6.	Donateurs hebben een adviserende stem.

Artikel 14 (voorzitterschap en notulen a. l.v.)

1.	De algemene ledenvergadering wordt geleid door de voorzitter van de vereniging, of, bij zijn
        afwezigheid, door één der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen. Wordt ook
        op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan kiest de ledenvergadering zelf een
        voorzitter.
2.	Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een door de voorzitter
        aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld
        en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het
        verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis
        van de leden gebracht.

Artikel 15 (vergaderorde en stemmingen a.l.v.)

1.	Het ter algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering
        een besluit is genomen is beslissend. 
        Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet
        schriftelijk vastgelegd voorstel.
2	Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in lid 1 bedoeld oordeel de juistheid daarvan
        betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien
        de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd
        aanwezige dit verlangt. 
        Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3.	Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene
        ledenvergadering genomen met volstrekte meerderheid (de helft + 1) van de uitgebrachte stemmen.
4.	Blanco, ondertekende en gemerkte stemmen en stemmen, waaruit niet eenduidig het oordeel van het
        lid blijkt, worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
5.	Stemmen over zaken geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst
        acht of een der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt.
	Stemmingen over personen geschieden schriftelijk. Schriftelijke stemming geschiedt bij gesloten
	briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is onmogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke
	stemming verlangt.
6.      Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid van  de uitgebrachte
        stemmen heeft verkregen vindt een tweede stemming plaats tussen de twee personen, die de
        meeste stemmen op zich verenigden.
7.	Ingeval bij de tweede stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie
        van beiden gekozen is.
	Ingeval bij een stemming over zaken ook na hertel de stemmen staken, is het voorstel verworpen.
8.	Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn zij niet in een vergadering bijeen, heeft, mits
        met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene
        ledenvergadering.
9.	Zolang in een algemene ledenvergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen
        geldige besluiten worden geen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende
        onderwerpen -dus mede een voorstel tot statutenwijziging of ontbinding ook al heeft geen
        oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander
        voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende
        formaliteit niet in acht genomen.



Bestuur

Artikel 16 (samenstelling en benoeming bestuur)

1.	Het bestuur bestaat uit tenminste vijf personen, waaronder een voorzitter, een secretaris en
        een penningmeester. Deze functies zijn onverenigbaar.
2.	Bestuursleden worden door de algemene ledenvergadering benoemd. Slechts leden kunnen tot
        bestuurslid benoemd worden, behoudens het bepaalde in lid 3.
3.	De algemene ledenvergadering kan een bestuurslid buiten de leden benoemen.
4	De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten, behoudens
        het bepaalde in lid 5.
 	Zowel het bestuur als tenminste vijf leden zijn bevoegd tot het opmaken van een dergelijke
 	voordracht. Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering
 	meegedeeld. Een voordracht van de leden moet voor de aanvang van de vergadering schriftelijk
 	bij het bestuur worden ingediend.
5	De algemene ledenvergadering kan met een meerderheid van tenminste twee/derde van de
        uitgebrachte stemmen aan elke voordracht het bindend karakter ontnemen.
6.	Is geen voordracht opgemaakt of besluit de algemene ledenvergadering overeenkomstig het
        voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de
        algemene ledenvergadering vrij in de keus.
7.	Indien er meer dan een bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

Artikel 17 (schorsing en aftreden van bestuursleden)

1.	Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de
        algemene ledenvergadering worden geschorst of ontslagen. Een schorsing die niet binnen drie
        maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag eindigt door het verloop van die termijn.
2.	Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming door de algemene ledenvergadering
        af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is terstond
        herkiesbaar.
3.	Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a.	ten aanzien van een bestuurslid dat uit de leden benoemd is: door het eindigen van het
	lidmaatschap van de vereniging;
b.	door bedanken.


Artikel 18 (nadere regeling in huishoudelijk reglement)

Bij het huishoudelijk reglement worden nadere regels vastgesteld aangaande:
a.	de taken van bestuursleden;
b.	de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur.

Artikel 19 (bevoegdheid bestuur)

1.	Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de
        vereniging.
2.	Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is
        echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene ledenvergadering te beleggen, waarin de
        voorziening in de open plaatsen of open plaats aan de orde komt.
3.	Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten 
        rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en een der bestuursleden tezamen.
4.	Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene ledenvergadering, bevoegd tot het
        sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen,
        het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar
        verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een
        derde verbindt.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.

Commissies

Artikel 20

1.	Zowel de algemene ledenvergadering als het bestuur is bevoegd ter verzorging van bepaalde aan
        te wijzen taken of belangen commissies in te stellen.
2.	Commissieleden worden door de algemene ledenvergadering dan wel het bestuur benoemd en
        ontslagen. Niet-leden kunnen op voorstel van het bestuur tot commissielid benoemd worden.
3.	In iedere commissie heeft tenminste een lid van het bestuur zitting.
4.	Commissies zijn voor al hun werkzaamheden verantwoording verschuldigd aan het bestuur. Het
        bestuur is bevoegd richtlijnen en aanwijzingen aan een commissie te geven over de wijze waarop
        een commissie haar taak uitvoert.
5.	Onverminderd het bepaalde in lid 4 is de algemene ledenvergadering bevoegd om iedere commissie 
        voor haar werkzaamheden ter verantwoording te roepen.
6.	Bij het huishoudelijk reglement kunnen nadere regels aangaande commissies worden vastgesteld.

Geldmiddelen en jaarstukken

Artikel 21

1.	De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:
a.	de jaarlijkse contributie van de leden;
b.	donaties, giften, erfstellingen en legaten;
c.	subsidies;
d.	andere baten.
2.	Het verenigingsjaar loopt van een januari tot en met één en dertig december. Het bestuur kan
        voor wat betreft het financiële jaarverslag een afwijkende regeling treffen.
3.	Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te
        houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
4.	Het bestuur brengt op een algemene ledenvergadering binnen zes maanden na afloop van het
        verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene ledenvergadering, zijn
        jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, 
        rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Na verloop
        van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
5.	Jaarlijks benoemt de algemene ledenvergadering uit de leden een kascommissie van tenminste twee
        personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening
        en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene ledenvergadering verslag van haar
        bevindingen uit.
6.	Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan
        kan de kascommissie zich door een deskundige laten bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de
        commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de 
        waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
7.	De last van de kascommissie kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden
        herroepen, maar slechts door de benoeming van een andere kascommissie.
8.	Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 3 en 4 tien jaar lang te bewaren.


Statutenwijziging en ontbinding

Artikel 22 (statutenwijziging)

1.	In de statuten van de vereniging kan slechts verandering worden gebracht door een besluit van
        de algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen
        van de statuten zullen worden voorgesteld.
2.	Zij die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot 
        statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor de vergadering een afschrift
        van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe
        geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering
        wordt gehouden. Bovendien dient een afschrift als hiervoor bedoeld aan alle leden te worden
        toegezonden.
3.	Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen,
        in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd
        is.
	Is niet tenminste twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen
	vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel
	zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of
	vertegenwoordigde leden, kan worden besloten. Ook op deze tweede vergadering behoeft een
	besluit tot statutenwijziging tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
4.	Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.
       Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

Artikel 23 (ontbinding)

1.	De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene ledenvergadering. Het
        bepaalde in artikel 21 leden 1, 2 en 3 is van overeenkomstige toepassing.
2	Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding
        lid waren. Ieder hunner ontvangt een gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook
        een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.



Huishoudelijk reglement

Artikel 24

1.	De bepalingen van de statuten worden nader uitgewerkt in een huishoudelijk reglement, vast
        te stellen door de algemene ledenvergadering.
2.	Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend
        recht bevat, noch met de statuten.




Shampooduck...!